Holikaa dahan

Holikaa dahan

Holikaa dahan, vrij vertaald de verbranding van Holikaa, vindt op de laatste dag van het Hindoe-jaar plaats, op de volle maan van de maand Phaagoen.

Dit is de vooravond van het Holie-feest, waarbij de op Wasant panchhamie opgerichte brandstapel onder begeleiding van een panddiet (hindoe-priester) wordt aangestoken. Binnen de brandstapel bevindt een plantje dat het kwaad symboliseert.

Om de vraag te beantwoorden wie Holikaa was, gaan we vele eeuwen terug naar het verhaal van Prahlaad.

Koning Hieranyakashap was een ambitieuze heerser die streefde naar absolute macht. Hij wilde aanbeden worden als een god. Toen dit bekend werd weigerde zijn eigen zoon Prahlaad om zijn vader te gehoorzamen. Prahlaad was een erg toegewijde devoot van god Wiesjnoe (Vishnu) was niet van plan om iemand anders te aanbidden. De trotse koning was woedend over dit gedrag en besloot Prahlaad hier zwaar voor te laten straffen. Hij schakelde zijn manschap in om Prahlaad door middel van pijniging op andere gedachten te brengen. Prahlaad kreeg met vele soorten martelingen te maken; oplopend van licht naar zwaar. Stokslagen, van de berg afgeduwd worden en door giftige slangen gebeten worden, zijn maar enkele voorbeelden van de gruwelijkheden. Maar wie de bescherming van god zelf geniet hoeft natuurlijk voor niets te vrezen. Prahlaad werd telkens door god Wiesjnnoe gered en kwam ongedeerd uit elke beproeving.

Ten einde raad vroeg Hieranyakashap toen zijn zuster Holikaa om hulp. Deze had de gave niet verbrand te worden door vuur. De bedoeling was dat Holikaa samen met Prahlaad op een brandstapel zou gaan zitten, zodat het vuur Prahlaad het leven zou ontnemen. Holikaa stemde toe en ging daadwerkelijk op een brandstapel zitten met Prahlaad op haar schoot. Toen de stapel echter aangestoken werd, reikte god Wiesjnoe nogmaals zijn beschermende hand aan Prahlaad. Hij maakte Prahlaad immuun voor vuur en liet Holikaa in de vlammen opgaan. Hiermee werd het kwaad bestraft en het goede beloond. In het licht van deze gebeurtenis wordt nog steeds brandstapels op Holikaa dahan verbrand.